Nieuws van de Taniguchi Koi Farm

Vorig jaar verscheen er een blog over de nieuwe ouderdieren van Taniguchi Koifarm. Ik heb destijds beloofd dat ik jullie op de hoogte zou houden van de ontwikkelingen. En die zijn er! Het gaat om de nakomelingen van de Takeda Showa; het moederdier dat je hieronder afgebeeld ziet. Geen onlogische keuze, daar ook kwekers als de Takashi Koi farm en ook Momotaro in de Mako-lijn deze stabiele en goede Showa ingekruist hebben om hun doelen te verwezenlijken. Dat was echter al zo’n 10 jaar geleden.

12459838_1683285691954812_1218830948_n

Ik had niet verwacht dat ik zo snel al een update zou kunnen maken, maar Youichi kwam deze week met het nieuws over de nieuwe bloedlijn. We hebben deze jonge Koi nog gezien in oktober toen ik samen met Bas een Mudpond afviste voor de farm. Destijds waren ze zo’n 15 a 16cm. Veel groter zal het niet geweest zijn. We hebben toen al stiekem even geschept in de bak om te kijken wat onze favorieten waren van dat moment. Met hangende pootjes vroeg ik toen of we er niet twee mocht kopen, maar zoals jullie gelezen hebben in die vorige blog was dat een hele duidelijke no-go.

Wel hebben we afgesproken met de kweker om 1 ginrin showa en 1 gewone showa te blijven volgen, zodat we goed de ontwikkelingen kunnen volgen. Na ons vertrek heeft hij de twee showa op de foto gezet. Vorige week heeft hij deze twee showa wederom gevangen, gemeten en op de foto gezet.

Hierbij het resultaat:

ginrin Showa
Oktober 2016

oktober 2016, 12-14cm (4 maanden)

Januari 2017

januari 2017, 29,5cm

Soms is een zwakte herkennen van jezelf juist een sterk punt. Ik weet van mezelf dat ik moeite heb om een juist verwachtingspatroon te kunnen maken bij zulke jonge Koi. Daarom heb ik Tiebo gevraagd voor een extra woordje uitleg:

“De vissen zijn ruwweg 20 centimeter gegroeid sinds ze uit de mudpound zijn gekomen; dat is natuurlijk meer dan aanzienlijk in de winterperiode. Het zal uiteindelijk Jumbo Tosai opleveren over enkele maanden, voordat ze weer de mudpound in gaan op zo’n 45 centimeter. Bij deze Ginrin Showa zien we als eerste een toename van de intensiteit van het beni. Die is echt heel levendig en sprankelend, waar die voorheen nog relatief dof was. Iets wat ik steeds meer zie bij Koi van zuidelijke kwekers is dat het patroon niet alleen stabiel is, maar ook in dit geval breidt het rode patroon zich zelfs nog enigszins uit. Dat kun je goed waarnemen in de uitsparing die de Koi in het patroon op het hoofd heeft of eigenlijk had, want deze is grotendeels verdwenen, doordat het rode pigment zich meer is laten gelden. Nu moet je niet denken dat deze Koi zich plots zal transformeren, maar deze subtiele verandering getuigt wel van een zeer goede kwaliteit beni. Het is mij niet bekend of Youichi-san ook kleur voer geeft, maar het moet haast wel.

Eigenlijk toont ze dezelfde type bouw als de moeder

Doordat de kleur is opgehaald, komt ook het kinrin veel beter tot zijn recht natuurlijk. Het sumi is nog nagenoeg in dezelfde staat. Hier ligt de uitdaging voor deze Koi, want temeer de Koi op het beni patroon iets rommelig is op de achterbouw, zal een goede ontwikkeling van het zwarte pigment op de juiste plekken het balans moeten gaan brengen. Het toont zich welliswaar subtiel wel degelijk aanwezig op de plekken die er toe doen. Er zijn echter tegenwoordig ook bloedlijnen waarvan het sumi echt zeer moeizaam of uiteindelijk nooit helemaal doorkomt. Omdat het de eerste generatie is vanuit dit ouderdier is daar nog weinig over te zeggen. Afgaand op de moeder kan het goed zijn dat niet alle schaduwen ook echt sumi patronen worden, maar wel dat deze zich blijvend ontwikkelen kan. Voor deze kenmerken is ook met name de papa verantwoordelijk. Qua bouw zie ik nog steeds dezelfde verhoudingen. Het hoofd had wat groter gemogen, maar is groot genoeg voor goede verhoudingen wanneer groter en eigenlijk toont ze dezelfde type bouw als de moeder bovenaan dit artikel, hetgeen beter inzichtelijk zal worden wanneer de Koi drie jaren wordt en een echt Taiko of terwijl rughoogte gaat ontwikkelen.”

Showa
Oktober 2016

oktober 2016, 17-18cm (4 maanden)

Januari 2017

januari 2017, 34cm

“Deze showa is hetzelfde ontwikkeld op het gebied van beni en is erg rood, erg levendig ook en oogt dik. Wat me opvalt is de witte huid en ten opzichte van de ginrin Showa heeft deze Koi wel meer sumi ontwikkelt, terwijl ze de kleur veelal ontbeert. Het getuigt wel het opkomen van meer karakter over de uitstraling van het visje. Opmerkelijk is ook het uitwaaieren van het zwart in de borstvin. Dit is nu ongelijk ten opzichte van de andere, maar ook niet meer dan een moment opname. Vaak verklapt het sumi verloop in de borstvin wel wanneer de Koi gaat finishen. Ik verwacht dan ook dat dit zich weer terug gaat trekken op latere leeftijd.

Ook toont deze Koi een breder sashi dan de kinrin

Je moet ook wel hierop afgaan want de Showa heeft niet veel meer sumi over de rest van het lichaam. Dat hoeft niet te betekenen dat het nooit zal komen, maar de kans is wel veel kleiner dan bij de eerste kinrin Showa. Er lijkt zich halverwege de Koi heel licht onder de oppervlakte wel iets te ontwikkelen. Wanneer het sumi niet doorkomt op bijvoorbeeld de staart (waar zich in het kiwa van het laatste patroon wel een randje sumi laat betrappen?) zal dit nadelig zijn voor de beoordeling op een Koi Show. Over de bouw bij deze Showa wil ik opmerken dat de Koi over de hele lengte toegenomen is in breedte. Ook de staartaanzet, die sowieso een hele mooie odome geniet, lijkt fermer te zijn geworden in verhouding en ook die van het hoofd ten opzichte van het lichaam maken dat ik in deze Koi net iets meer vertrouwen heb in een goede vloeiende verloop van de bouw en de uiteindelijke groeipotentie. Ook toont deze Koi een breder sashi dan de kinrin, waarbij ook opgemerkt moet worden dat sashi moeilijker tot uiting komt bij kinginrin Koi. Het totaalbeeld geeft mij een indicatie dat deze Showa nog veel in zijn mars heeft.”

First generation takeda line offspring @Taniguchi

Luc van Interkoi heeft van deze kweek enkele Showa geselecteerd in november 2016, wij zijn benieuwd hoe deze zich gaan ontwikkelen de komende periode. het is nog te vroeg om een oordeel te vormen en ook bij nieuwe kweken hebben sommige vissen individuele ontwikkelingskenmerken, maar het hardop proberen te beschrijven van een regelmatige update zal bijdragen in het leren inschatten en voorspellen van specifieke kweek/ of bloedlijnen bij kwekers. Na een tweede groeiperiode zal er meer duidelijk worden over de ontwikkeling van deze Koi.

Over Orlando de Jonge

Orlando is beslist niet vies van vis en ook niet bang van een beetje water. Als levende brandblusser en met een voorliefde voor watertechniek en PLC heeft hij bloedgroep H2O. Innovatie en kwaliteits-Koi zijn zaken waarvoor je hem wakker mag maken.

Bezoek mijn website