Dit artikel is deel 9 van 14 in de serie Bonsai

2 dagen geleden had ik beloofd meer te vertellen over bedraden, hier deel twee.

Al is het slechts om het esthetische uitzicht en soms omwille van verminderde grijpkracht, de draden nooit kruisen! Echter als het niet anders kan, kruis dan (zo weinig mogelijk) achter de stam of tak.
Bij de aanvang van de tak, de draad niet vlak tegen of onder de oksel leggen, maar bovenlangs, ander zou de tak makkelijke kunnen breken indien je hem buigt.

Windt de draad tussen de twijgen bij voorkeur in het midden, wanneer je nadien toch nog een draad behoeft, heb je ruim de plaats om deze te leggen en breng je niet de aanzet van de twijgjes in gevaar. Windt steeds dikkere draad onder de dunnere, dunnere onder de dikke.

Eindig te zwaar geworden draad met een mooi afgeknipte winding

Bij het bedraden begin je altijd van binnen de boom naar buiten, van stam over naar de tak en dan naar de twijg, van dik naar dun. Tijdig stoppen met op de duur te zwaar wordende draad voor de steeds dunner wordende tak. Eindig te zwaar geworden draad met een mooi afgeknipte winding, zodat je dunnere draad enkele windingen ervoor kan aanzetten en mooi kan verder winden op de plaats dat de zwaardere draad eindigt. Echter , gebeurt zulks juist voor een vork, neem dan een been van de vork nog wel mee in de windingen van de zwaardere draad, in tegengesteld geval zou je de vork net meer kunnen vormen.

Bedrading_3

De draad wordt gewonden met de wijsvinger bovenop de draad, met deze vinger geef je de richting aan, en de kracht bij het bedraden uit de pols halen, en de tak met de andere hand ondersteunen. Leg de draad mooi tegen de tak, zonder te strak gespannen te staan, dit voorkomt littekens door ingroeien. Laat geen bladeren, naalden of knoppen onder het draad komen De takken al enigszins “voor”vormen tijdens het bedraden, door de tak al voorzichtig in de richting te buigen die je voor ogen hebt. Houd de afgeknipte uiteinden ook achter de stam, of laat deze naar achter wijzen, zodat deze glimmende uiteinden (bij aluminium draad) je niet als lampjes je blinkend staan “aan te kijken”.

Loofbomen bij voorkeur bedraden na de herfst of in het vroege voorjaar, naaldbomen bij voorkeur als de sapstroom optimaal is, dus in de periode mei – september.

Het buigen:
Natuurlijk is er een grens aan de buigzaamheid van de takken. Het buigen moet dan ook voorzichtig gebeuren, zodat de takken niet breken, daarbij is er een groot verschil in buigzaamheid van diverse soorten, de Azalea bijvoorbeeld is erg broos.

Soms is het goed een week te wachten

Ken je boom! Grote “buig operaties” doen we stapsgewijs, geef de boom minimaal 10 minuten rust voordat je in een tak een sterkere buiging aanbrengt, de tak raakt dan gewent aan de rek die er ontstaat. Soms is het goed een week te wachten en dan weer een stukje verder te buigen. Buigen doe je dan ook gecontroleerd, de ene hand buigt, en met de andere hand begeleid/ondersteun je de tak.

Bedrading_4

 

Buig een tak niet heen en weer, de hout cellen raken dan onherstelbaar beschadigd.

Kies dus bewust je richting bij het buigen en houd het zo! In het begin kun je op elke willekeurige gesnoeide tak oefenen, bedraden heb je niet zo maar in de vingers.

Spannen:
Naast de techniek van het omwikkelen met raffia zijn er ook andere methoden die soms handiger zijn, bijvoorbeeld spandraden die een tak in de gewenste richting buigen. Indien de tak erg dik is kan deze (bijv. naar beneden) worden gespannen.
De tak dient wel eerst te zijn bedraad, door een lus iets los te maken kan er door een dunnere draad de tak naar beneden gespannen worden, of indien de tak niet bedraad is, rubber gebruiken om de tak te beschermen tegen insnijden.

Het ander eind kan worden verankerd aan een wortel, jin*  of aan de potrand, indien deze daarvoor geschikt is.  Hiermee wordt de tak echter niet gevormd, alleen in een andere positie gebracht.

Ontdraden:
Het ontdraden, krijgt vaak weinig aandacht. Controleer regelmatig de bomen die bedraad zijn, soms krijgt een boom een groeispurt (vooral tijdens de herfst) en in enkele dagen kan het draad ingroeien! Dit herstelt zich wel, maar niet snel, loofbomen staan veel korter in het draad (ca. 3 maanden) dan naaldbomen (6-12 maanden).

Bij het verwijderen van draad heeft wegknippen van het draad de voorkeur boven afwikkelen. Als je afwikkelt ga dan in omgekeerde volgorde te werk,  eerst het dunne draad, dan dikker, begin bovenin en de stam het laatst.
Denk aan de jonge knoppen! Ga je knippen, gebruik hiervoor de juiste draadtang, dus een tang die bast niet beschadigen kan, bij het wegknippen van het draad.

De draadtang:
Deze tang heeft een stompe bek die de tak zelf bijna niet kan beschadigen bij het juiste gebruik. Wil je draad toch hergebruiken, dan moet je het draad voorzichtig afwikkelen, en voor hergebruik “strekken” zodat alle bochten weer verdwenen zijn. Door het buigen en/of strekken van metaal wordt het stugger, dat geldt vooral voor koperdraad.

Draadtang

Hoe lang laat je het draad zitten?:
Dat verschilt enorm per soort, sommige een heel groeiseizoen, andere enkele maanden , maar meestal als de draad al begint in te groeien ,dan wordt het tijd om het te verwijderen. Blijft de tak niet in de juiste positie staan wikkel er dan nog een keer een draad omheen. Te ver ingegroeid draad is een lelijk gezicht en het duurt jaren voor het weer vergroeid is.

 

Tot slot:
Oefening baart kunst!

Een jin is een dode tak, die van schors ontdaan is. Hij geeft ook ouderdom weer.

 

Series Navigatie<< Het vormen van BonsaiTerminologie: Jin, Shari en Sabamiki. >>

Over Bonsai-Ka Eric

Eric is al 20 jaar Bonsai-ka. Hij is voormalig voorzitter van Bonsai vereniging Koya, is aspirant keurmeester, en heeft in 2015 weer plaatsgenomen in de schoolbanken, om in vier jaar tijd zich nog verder te ontwikkelen op dit gebied.

Reacties

Comments are closed.

Messenger icon
Send us a message via your Messenger App