P1090271 Waarom filteren we nu eigenlijk? Deze vraag heb ik eerder in dit blog beantwoord. Na het lezen van de eerder genoemde blog zul je je afvragen wat er nu zal volgen. Nou, ditmaal zal ik een uitleg trachten te geven over wat er nu daadwerkelijk gebeurd met de stikstofkringloop binnen je vijver als je je Koi voert. Want dat is misschien wel interessant: hoeveel ‘vervuil’ je nu eigenlijk als je je vissen voert? Je voert je Koi omdat ze honger hebben en je ze graag de korreltjes van het wateroppervlak (of de bodem) ziet zuigen. Met de achterliggende gedachte dat je je Koi wil laten groeien natuurlijk. Om je Koi te laten groeien spelen verschillende factoren een rol, waarvan één natuurlijk een ‘goede’ waterkwaliteit is. Daarnaast moet het voer natuurlijk uit een bepaalde samenstelling bestaan die voldoet aan de eisen van een Koi. Ik wil nu niet te diep ingaan op het voer, maar meer op wat er nu daadwerkelijk gebeurd wanneer een Koi voedsel opneemt.

In het algemeen geldt voor elke willekeurige vissoort het volgende: voedsel en zuurstof worden opgenomen en gebruikt voor de aanmaak van het skelet, vlees, vet en geslachtsproducten. Daarnaast wordt er energie verkregen voor onderhoud en beweging. Uitgescheiden worden NH3 (ammoniak), NH4+ (ammonium), CO2 en afvalwarmte. In onderstaande afbeelding is dit schematisch weergegeven.

Screen Shot 2012-12-07 at 2.51.42 PM

Schematische weergave van de vertering bij een vis

Bovenstaand voorbeeld is natuurlijk een erg simplistische weergave van het verteringsstelsel van een vis. Ietwat gedetailleerder ziet het er bij een karper als volgt uit: de Koi neemt via zijn bek een korrel voer op, deze wordt vermalen door de keeltanden en komt via de slokdarm uit in de ‘maag’ (het is geen echte maag, maar een ‘verdikking’ in de darm welke geen voedsel kan vasthouden, maar wel overeenkomsten vertoond met een menselijke maag), waar de voedselbrij door eiwitverterende enzymen in stukken wordt ‘geknipt’.

Het komt er dus op neer dat 65% van wat we aan onze Koi voeren als afval in de vijver terecht komt!

Vervolgens komt het voer terecht in de middendarm (bij vissen maakt men geen onderscheid tussen de dunne en de dikke darm), welke bij volwassen Koi ongeveer drie- maal zo groot is als de lichaamslengte. In de middendarm worden de verknipte eiwitten als aminozuren geabsorbeerd. Daarnaast worden ook koolhydraten, vetten en voedingsstoffen uit de voedselbrij verteerd. Het lichaam gebruikt de aminozuren voor de samenstelling van nieuwe eiwitten. Deze eiwitten heeft het lichaam onder andere nodig voor opbouw of vernieuwing van organen of (weefsel)structuren, om bepaalde moleculen te transporten (transporteiwitten), om signalen van het ene orgaan naar het andere te sturen (hormonen) en om ziekten te bestrijden (antilichamen). De efficiëntie en mate van vertering van eiwitten is afhankelijk van de temperatuur en kent bij Koi een optimum tussen de 22 °C en de 28 °C. Met andere woorden: een Koi groeit dus het snelste bij 22-28 °C! Na de middendarm komt het einde van het spijsverteringskanaal in zicht, namelijk de endeldarm en anus. Onverteerde of overbodige voederbestanddelen worden hier uitgescheden als ontlasting.

Op meerdere manieren wordt het water vervuild als we onze gevinde vrienden voeren: via voedselverspilling, door uitscheiding via NH4+ (ammonium) en door uitscheiding via ontlasting (o.a. onverteerd voedsel). De belangrijkste uitgescheiden stof waar we als vijveraars rekening mee moeten houden, zijn de moleculen met daarin een stikstofverbinding. Het symbool van stikstof is ‘N’, welke o.a. terug te vinden is in NH4+ (ammonium), NH3 (ammoniak), NO2 (nitriet) en NO3 (nitraat). Van de 100% stikstof die als eiwit in het voer wordt gegeven aan de vis wordt ±10% uitgescheiden als vaste ontlasting, ±55% uitgescheiden als ammonium en 35± opgenomen door de vis zelf. Het komt er dus op neer dat 65% van wat we aan onze Koi voeren als afval in de vijver terecht komt! En dit moet dus gezuiverd worden. Hierover later meer in een vervolg van deze serie.

Over Bram Rohaan

Bram's passie voor de Nishikigoi leidde hem naar de bron en sindsdien heeft hij meer dan een jaar lang alle ins & outs van het Koi kweken ervaren bij de meesters Marudo en Dainichi. Daarnaast werd Aquacultuur in Wageningen gestudeerd en op dit moment is hij werkzaam als assistent manager bij 's werelds eerste land-based zalmkwekerij Langsand Laks te Denemarken.

Bezoek mijn website

Reacties

4 reacties

  1. Hoi Joop,

    Het is zowel NH4+ als NH3, waarbij de NH4+ uitscheiding (sterk) gekoppeld is aan de opname van Na+ door de vis. Er vindt echter ook uitwisseling plaats tussen Na+ en H+ in combinatie met diffusie van NH3, welke gelijk is aan de uitwisseling van Na+ en NH4+. Waarschijnlijk zal de pH en aanwezigheid van NH3/NH4 in de omgeving invloed hebben op welke wijze de ‘N’ wordt uitgescheiden.

    NH3 en NH4+ tezamen wordt als TAN (total ammonia nitrogen) beschreven en dit meet je dan ook meestal met de watertestsetjes. NH3 is giftig voor vissen en de giftigheid/mate van aanwezigheid is afhankelijk van pH en temperatuur (bij hoge pH en temp is meer NH3 in het water aanwezig).

  2. Joop van Tol on

    Bram,

    Mijns inziens bestaat de stikstof die de koi via kieuwen d.m.v. diffusie uitscheidt voor 100% uit NH3 (ammoniak). Dat een (groot) deel daarvan zich (gelukkig) direct daarna, onder invloed van (vooral)pH en temperatuur omvormt tot NH4+ (ammonium) staat daar los van.

    Daarnaast is de giftigheid van ammoniak (NH3) niet hoger bij een hogere pH en/of temperatuur, er zal zich slechts meer ammoniak in het water vinden onder die omstandigheden, omdat de ammoniabalans tussen NH3 en NH4+ zich dan meer in de richting van NH3 verschuift.

    Joop

  3. Hoi Joop,

    Ik wil wel met je in discussie gaan, maar ik ben niet diegene die dit heeft aangetoond/vermoed. Onder andere David J. Randall and Patricia A. Wright (Ammonia distribution and excretion in fish, 1987) wel.

    Hier een citaat uit hun onderzoek: “Fishes excrete CO2 , NH3, NH4+, H+, and HCO3 – across their gills. All of these molecules will affect the pH of water near the gill surface, and the magnitude of the effect will depend on the relative rates of excretion, the ratesof chemical equilibrium, the water buffering capa city, the water pH, and the rate of water flow past the gills.”

    Zie volgende link voor een figuur uit hetzelfde artikel: http://www.flickr.com/photos/koiquest10/8282816733/

Messenger icon
Send us a message via your Messenger App