Tijdens ons verblijf op de Nishikigoi farm in Polen, hebben Bram en ik vele selecties gemaakt. De sembetsu die ons het meest bij is gebleven is wel die van de Kujaku. Deze variëteit kan ons beiden erg bekoren. Kujaku betekent letterlijk Pauw. Een passende naam voor deze metallic Koi die naast een rood of oranje Kohakupatroon ook rijk is aan het Matsuba effect.
Het kohaku patroon is hierbij overigens een streven, maar echt mooie typische nidan of sandan patronen komt men maar weinig tegen op de Kujaku. Matsuba betekent op zijn beurt weer dennenappel. Het heeft heel toepasselijk betrekking op de schubben die van een donkere kern zijn voorzien. Dit doet denken aan de veren van de Peacock. De eerste verrassing was de mededeling van Jos dat we niet één, niet twee, maar vier vijvers met Kujaku af te vissen hadden. Op de vraag hoeveel ouderdieren hiervoor verantwoordelijk moesten zijn, volgde een tweede verbazing.
‘één moederdier’, antwoorde Jos ietwat nonchalant. ‘Slechts één vrouwelijke Kujaku Oyagoi?’. Vroegen wij beiden bevestigend. Jos houd zeker van een grap en een grol, maar hierover maakt hij geen geintjes. Dit moederdier heeft Jos al enkele jaren geleden aangekocht van Hisashi Hirasawa (Marudoh). Door Marudoh zelf zal ze niet gekweekt zijn, aangezien deze nu pas drie jaar zelf Kujaku kweekt. Vier mudpounds met Kujaku, waarbij de eerste selectie reeds is geweest. De vissen zijn nu ongeveer acht weken en rond de 10 à 12 cm in lengte.
Als we tot onze knieën in het klei genieten van het afslepen en vijver nummer één hebben afgevist, kunnen we met de selectie beginnen. De eerste indruk is al bijzonder goed.
Poeh dat wordt moeilijk selecteren denk ik nog. Maar met de kennis van de selectie van Doitsu Hariwake nog op zak, kijken we er niet tegen op. De eerste selectie is reeds gedaan en daarbij zijn de misvormingen en slechtste vissen reeds uitgeselecteerd. Al snel valt op dat de kweek van deze Pauw niet alleen Kujaku voortbrengt. Ongeveer 1 op de 30 vissen is Sakura. Dit is een Metallic Kohaku.
Deze Kujaku hebben het matsubapatroon niet vererfd. Deze variëteit wordt in Nederland slechts sporadisch aangeboden in de handel, maar kan erg tot de verbeelding spreken.
Heel af en toe vind je er zelfs een gewone Kohaku tussen. Op deze vissen is Jos ook zuinig.

Wanneer het patroon een beetje redelijk is. Alhoewel geen metallic, kan de Koi door vererving wel een erg goede huidkwaliteit voor een non-metalic hebben namelijk. Dan heb je natuurlijk nog de Kujaku zonder patroon. Dit zijn de uitermate sierlijke Gin Matsuba. Zelfs een enkele Goshiki verschijnt er nog tussen, maar deze zijn moeilijk te onderscheiden van de Kujaku zonder glans, omdat het sumi nog nagenoeg niet aanwezig is.
Bij de selectie van deze Kujaku is er nog maar weinig te zien van het daadwerkelijke matsubapatroon, maar het verraad zich al wel. Bram, die ook bij Marudoh al eens Kujaku selecteerde, weet nog een belangrijke stelregel. ‘Wanneer het chobo-zumi
(de zwarte spot op het hoofd die je ziet bij jonge Koi omdat je door de hoofdhuid heen in de schedel kijkt) nog goed zichtbaar is, mag de Kujaku nog geen matsubapatroon vertonen en vice versa.
Dit kenmerk is vooral belangrijk bij een selectie wanneer de vissen nog iets jonger zijn. Deze Kujaku hebben hun chobo zumi al bijna verruild voor een slordig ogend zwart schubbendek op de rug. Een verdere kenmerk, zo vertelt Jos, is een donkere lijn vanaf achter het hoofd tot aan de rugvin. Dit is een indicator dat het matsubapatroon daadwerkelijk door zal komen. Bij de modernere variant moeten we anders kijken. Deze bloedrode Kujaku vertonen een vrij donker kleed over het patroon dat hierdoor meer bruin is dan oranje. DIt zal later diep rood worden. Te veel zwart echter zal de Koi voorgoed besluimeren.
Wederom geen sinecure dus, maar veruit het belangrijkste is de huidkwaliteit. Het leren kijken naar de huidkwaliteit, de teri (glans) is dan ook meteen hetgene waar we het meest bedreven in zijn geraakt deze week. De huidkwaliteit zie je terug in ondermeer de borstvinnen. Deze moeten glanzen als matte ondoorzichtige spiegels. Voorts is het wenselijk dat ook het neusje en de bovenzijde van de kieuwplaten langs de schedel iets oplichten.  Als het hele hoofd een mooie glans vertoont dan heb je zeker te maken met een goede huidkwaliteit. De absolute top vertoont ook een duidelijke glans op de ruglijn vanaf de achterzijde van het hoofd tot aan de rugvin. Soms is zelfs langs de hele rugvin en ozutsu een glinstering waar te nemen. Bij extreem goede exemplaren lijken ook de schubbenrijen met ginrin belegd. Des te meer schubbenrijen richting het zijlijnorgaan deze glinstering vertonen, des te hoger de kwaliteit. Je hebt dan te maken met Meesterlijke Metallics.
Alhoewel geen wonderschone (bijna) Tancho, is de extreem goede huidkwaliteit duidelijk zichtbaar op het hoofd en op de rug.
Nu we weten waar we op moeten letten kan de sembetsu beginnen…

Over Tiebo Jacobs

Tiebo is initiatiefnemer van KoiQuestion en wordt - terecht - getypeerd als 'Nishikigoi nut'. Hij is reeds meer dan een decennia auteur op het gebied van Koi, leidt het team van journalisten en stelt kritische vragen voor de camera. Hij is altijd bezig met het volgende te gekke idee om de visie van KoiQuestion verder uit te kunnen dragen.

Bezoek mijn website

Reacties

Comments are closed.

Messenger icon
Send us a message via your Messenger App