herkent u een toekomstig GC?
Het is alweer de 15e, tijd voor weer een update. Ik heb gehoord dat de KoiWijzer ondertussen is uitgekomen, ik hoop dat mijn artikel over de chemische waterkwaliteit van de Japanse mudponds in de smaak is gevallen. Mocht je nog vragen hierover hebben, stuur ze dan maar in een persoonlijk bericht. Hier op de Marudo Yorijyo zijn we bijna alleen maar bezig geweest met de sembetsu, dus de selectie van nishikigoi. Daarnaast hebben we zondagmiddag één vrouwelijke Yamabuki samen met drie mannelijke Yamabuki bij elkaar gezet om op een natuurlijke wijze te kweken. Maandagochtend lagen de kuitborstels vol met kuit, waarvan ongeveer de helft bevrucht was. In totaal ongeveer 100.000 stuks. Vandaag (15 juli) hebben we een vrouwelijke Kohaku met twee Ginrin Kohaku’s in een vijver gezet, ook voor natuurlijke bevruchting. Bij de eerdere kweken is wel van kunstmatige bevruchting gebruik gemaakt, om zo het bevruchtingspercentage van het kuit te verhogen naar minimaal 80%. Dit is naar mijn weten alleen bij de Go-sanke gebeurt, wat de belangrijkste kweken zijn van de Marudo Koifarm. Sinds gisteren is het echt beter weer geworden, vandaag was het zelfs 33 graden met wat lichte bewolking. Jammergenoeg was ik mijn zwembroek vergeten, anders had ik die aangetrokken ipv een benauwd waadpak. Ik heb de werknemers wel weer één van mijn bijnamen hier op de farm herinnert, namelijk Bruce Willis. Deze naam heb ik gekregen omdat ik vorig jaar met het warme weer in een wit hemd liep, waardoor ik natuurlijk erg op Bruce Willis ga lijken ;). Vandaag dus flink gezweet in het waadpak, maar het is even niet anders. Ik zal eens wat meer over de sembetsu vertellen. In mijn eerste artikel in de Koiwijzer heb ik live vanuit Japan verslag gedaan van de Sanke sembetsu, waarvan ik de latere selectieronden heb meegemaakt hier op de Marudo koifarm. Nu maak ik dus de eerste ronden mee, waardoor ik dus alle ronden nu ga meemaken, wel verdeelt over twee kweekseizoenen dus. De eerste selectieronde van de Go-sanke gebeurt 30 tot 40 dagen nadat de kego (jonge koi) uit hun eitjes gekropen zijn. Ik heb nu dan ook alleen nog maar Go-sanke geselecteerd, de rest (o.a chagoi, karashi, ginrin ochiba, kujaku, purachina, yamabuki, mukashi ogon, ginrin kohaku) zal ik hopelijk later tijdens mijn verblijf hier nog eens kunnen doen.

Na 1 maand tijd zijn de jonge tosai gemiddeld rond de 3 cm. Per vijver, waarbij de bezetting natuurlijk verschilt, is er wel verschil te zien. Zo was er bij een Sanke sembetsu bij twee naastgelegen vijvers een bezetting van ongeveer 80.000 en 100.000 kego. Dit wordt dus geschat door Hisashi-san bij het afvullen van plastic zakken welke uitgezet worden in de vijvers. Er was dus duidelijk een gemiddeld verschil van minimaal 0.5 cm, wat voor deze leeftijd en lengte natuurlijk wel een groot verschil is. De vijver waarin de 80.000 stuks zwommen, zijn er 2.500 na selectie overgebleven, terwijl van de andere vijver er 5.500 overbleven. Nu zijn de grotere sanke (ongeveer 300 stuks) van deze vijver bij de andere vijver geplaatst. Bij de kleinere koi (1,5-2,5 cm) is het ook veel moeilijker om te bepalen hoe deze zich gaan ontwikkelen, waardoor de twijfelgevallen altijd doormogen naar de volgende ronde. Deze eerste selectie is dus, naar de getallen gekeken, best wel streng. Maar het moge duidelijk zijn dat er veel twijfelgevallen bijzitten, welke in de tweede selectieronde (waarbij de koi dus gegroeid zijn) waarschijnlijk afvallen. Deze sanke zijn trouwens van een nieuwe oyagoi, waarvan dit dus de eerste kweek is. Deze oya heeft naar schatting 700.000 kego voortgebracht, wat erg veel is. De mannelijke ouderdieren zijn een sanke van Momotaro en een Yamamatsu sanke met Matsunosuke bloed. De kego zijn verdeeld over 15 vijvers, welke na de verschillende selectieronden bij elkaar gezet worden. Hierdoor ontstaat er weer ruimte om de nieuwe kego van latere kweken in uit te zetten.
Een voorbeeld van de Sanke; Deze sanke mogen naar de 2e ronde

Zo heb ik vandaag samen met Hisashi-san en Keiko-san (oudste dochter van Hisashi) veel mannelijke oyagoi uitgezet in de moddervijvers. Echt een machtig gevoel om deze grote jongens in mijn handen gehad te hebben. Tevens ook twee grotere vrouwelijke ouderdieren verhuisd van het kweekhuis naar een binnenvijver in een ander koihuis. Deze oyagoi hadden dit jaar geen kuit gegeven, ze waren ook superslank. Het was ook hun verwachting dat deze twee geen kuit zouden schieten, ook geen poging gedaan, en nu willen ze deze in de binnenvijver vetmesten voor volgend jaar.

Tijdens het afvissen van de tosai mudponds komen er natuurlijk niet alleen koi uit de vijvers. Naast allerlei draadalg, eendenkroos en andere waterplanten ook mizukamakidi (water mantis in het engels, ze lijken een beetje op wandelende takken), kikkers tot 45 cm groot (uitgerekt dan wel) en enorm veel kikkervissen (van die dikkoppen). Die mizukamakidi eten kleine koi op, tot ongeveer een cm of 1,5. Ik heb gezien dat zo’n wandelende tak een kleine kujaku van 1 cm in zijn bek had. Deze heb ik uit het water getild en zijn nek omgedraaid, de koi heeft het volgens mij nog overleefd ook. De kikkers zijn echt groot en eten ook koi op. Het mag dus duidelijk zijn dat al deze predatoren het niet overleven als ze uit het water gevist worden. Alle mizukamakidi worden doormidden gebroken en bij de kikkers kan ik mijn voetbal skills ook weer tentoonstellen, wat ze wel mooi vinden hier. Elke vijver wordt twee keer afgevist en dan in een groot verzamelnet geplaatst, waaruit steeds koi worden genet om te worden geselecteerd. Meestal worden er twee vijvers per dag afgevist, waarmee we dan de hele dag bezig zijn met ongeveer 6-8 man. Hierbij wordt dus ook hulp van buitenaf gevraagd, oude vrouwtjes tussen de 60 en 70 jaar zijn hierbij erg populair. Na elke eerste sembetsu worden de vijvers omheind met een net, zodat reigers, kraaien, wasberen en andere predatroren geen kans hebben.

Het moge duidelijk zijn dat alle tosaivijvers (56 stuks) dagelijks gevoerd worden. Dit gebeurd met een meelvoer bij de jonge kego, de kego vanaf 2 cm wordt gevoerd met hetzelfde meelvoer wat gemixed wordt met water, zodat het vaster blijft en de vissen vanaf een cm of 3 worden gevoerd met kruimelvoer. In een later stadium zullen deze klein zinkend korrelvoer gevoerd worden. Sommige vijvers worden niet gevoerd, omdat deze erg veel zooplankton (dierlijk plankton) bevatten. Dit zijn vooral de vijvers waarbij de kego net is uitgezet. Zo’n vijver is dan ook erg helder, de zooplankton eet namelijk de fytoplankton (zweefalgen). Na een paar dagen verandert zo’n vijver dan ook van helder in groen water, omdat de algen weer kunnen groeien zonder opgegeten te worden. Algen nemen door fotosynthese ook caroteen op, wat het rood stimuleert bij koi. Een vijver met kohaku moet dus groen zijn, anders heb je na een tijd shiro muji’s. Showa’s groeien hier vooral op in het Horinouchi-gebied, welke een hoge pH heeft (zie koiwijzer). In deze vijvers heeft Marudo een tijd geleden ook Kohaku op laten groeien, hier kwamen dus bij de derde selectieronde alleen maar shiro muji’s uit. De bodem bestaat hier ook vooral uit gesteente, wat dus kennelijk een negatief gevolg heeft voor de kohaku.
De kohaku sembetsu vind ik het makkelijkste van de go-sanke. Dit komt vooral doordat het maar twee kleuren zijn en de patronen een stuk makkelijker te herkennen zijn dan bij showa en sanke. Bij showa en sanke is er erg veel sumi aanwezig, welke wegtrekt bij het groter worden van de koi. Hierdoor is het vaak lastig om het verschil tussen sumi (veschillende grijstinten) en het shiroji (lichtgrijs) te onderscheiden. Het is dus vooral het aanwezig zijn van shiroji (wit) en of het hi (rood) goed verdeeld is over het lichaam. Bij sanke mag er weer geen sumi op het hoofd zijn en mag het sumi weer niet teveel op showa lijken. Nu ik over sanke schrijf, moet ik aan een opmerking van een bencher (persoon die op een koishow de koi meet en in de juiste klasse indeelt) denken. Hij zag een Aka Sanke (bijna Aka Bekko) van Tiebo in het showvat en vroeg of deze een Israel koi was, omdat deze niet selecteren. Aka sanke zou namelijk uitgeselecteerd worden in Japan, niets van waar dus. Hier heb ik verschillende Aka en Shiro Bekko’s door de selectie heen zien komen. Ik vind deze vissen persoonlijk erg aantrekkelijk. Bij de sembetsu komt het er vooral op neer om de koi in het groot te zien. Zou het patroon van deze Koi goed lijken op een volwassen vis? Als je er zo naar kijkt, ondanks bijv. het sumi wat nog kan veranderen, wordt het al een stuk duidelijker om te beoordelen of een vis door mag naar de volgende ronde of niet. Desondanks blijft de sembetsu nog een hele opgave.

Ik heb weer genoeg geschreven voor vandaag. Morgen weer om half zes op, vissen inpakken.
O-yasumi nasai (weltrusten)

Over Tiebo Jacobs

Tiebo is initiatiefnemer van KoiQuestion en wordt - terecht - getypeerd als 'Nishikigoi nut'. Hij is reeds meer dan een decennia auteur op het gebied van Koi, leidt het team van journalisten en stelt kritische vragen voor de camera. Hij is altijd bezig met het volgende te gekke idee om de visie van KoiQuestion verder uit te kunnen dragen.

Bezoek mijn website

Reacties

Comments are closed.

Messenger icon
Send us a message via your Messenger App